logo

Anesthesie



Belangrijk op de dag van opname

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf 6 uur voor de opname:

  • niets meer mag eten.
  • niets meer mag drinken (u mag tot twee uur voor de opname alleen nog een beetje water drinken, thee (zonder melk en/of suiker) of zwarte koffie drinken).
  • niet meer mag roken.
  • uw thuismedicatie zoals afgesproken op de preoperatieve polikliniek met wat water mag innemen.

Voorbeelden:

  • Als u om 08.00 uur wordt opgenomen, mag u vanaf 2.00 uur ’s nachts niets meer eten en niet meer roken. U mag tussen 02.00 uur en 06.00 uur alleen nog een beetje water drinken (geen spa rood).
  • Als u om 14.00 uur wordt opgenomen, mag u vanaf 08.00 uur niets meer eten en niet meer roken. U mag tussen 08.00 uur en 12.00 uur alleen nog een beetje water drinken (geen spa rood).

Als u zich hier niet aan houdt, loopt u het risico dat tijdens de operatie maaginhoud in uw longen komt en dat kan levensgevaarlijk zijn.

Dus niet nuchter zijn, betekent altijd dat de operatie moet worden uitgesteld. Het maakt hierbij niet uit welke verdoving wordt toegepast.

Nuchtere Opname Kamer (NOK)

U kunt worden opgenomen op onze Nuchtere Opname Kamer (NOK). Op deze kamer worden patiënten van verschillende specialismen ontvangen en opgenomen die een ingreep ondergaan.

Op de opnamedag meldt u zich bij de receptie. Dan wordt u naar de NOK begeleid. Vanuit deze wachtruimte haalt een verpleegkundige u op voor een kort opnamegesprek met controles en uitleg. Daarna wacht u weer in de wachtruimte. Vlak voor de operatie neemt u plaats in een bed. Na de ingreep gaat u naar de verpleegafdeling waar u de rest van de opname verblijft.

Belangrijk:

  • U mag maximaal één begeleider meenemen.
  • Neem weinig spullen mee in een handige tas.
  • Laat waardevolle spullen thuis.

Medicijnen

Als u medicijnen gebruikt, wordt op de pre-operatieve poli aangegeven of u mag doorgaan of moet stoppen met het innemen ervan. Neem op de dag van de operatie medicatie mee in originele verpakking of in een medicijnrol (baxter). Dus ook pufjes en insuline. 

Voorbereiding thuis

Houdt u er rekening mee dat u geen contactlenzen mag dragen tijdens de ingreep. Het dragen van een bril is wel toegestaan. Gehoorapparaten of kunstgebit mag u in de meeste gevallen inhouden. U mag geen sieraden en haarspelden dragen. Piercings in het gezicht en in de mond moeten verwijderd worden. Ook mag u geen make-up of huidverzorging dragen. Wij adviseren u om deze waardevolle spullen thuis te laten.

Anesthesioloog

De anesthesioloog is een arts die gespecialiseerd is in verschillende vormen van anesthesie, pijnbestrijding en intensieve zorg rondom de operatie. 

Polikliniek anesthesiologie 

Voor uw behandeling heeft u een afspraak met de anesthesioloog. Dit heet een preoperatieve screening. Ook wel POS genoemd. U hoeft hiervoor niet altijd naar het ziekenhuis te komen. De anesthesioloog kan in sommige gevallen telefonisch contact opnemen of uw dossier digitaal bekijken en beoordelen. In MijnElkerliek ziet u welke afspraken gepland zijn.  

De anesthesioloog stelt vragen over uw gezondheid (bent u op de polikliniek dan verricht de anesthesioloog ook lichamelijk onderzoek), en bepaalt verder of er aanvullend onderzoek en/of bezoek aan een andere specialist noodzakelijk is. Aan de hand hiervan wordt de keuze van de soort verdoving bepaald.

Vragenlijst

Wij vragen u voor uw afspraak op de polikliniek anesthesiologie de vragenlijst digitaal in te vullen via het patiëntenportaal MijnElkerliek. Meer informatie over MijnElkerliek vindt u op onze website www.elkerliek.nl/MijnElkerliek.

Als de vragenlijst niet is ingevuld, kan de afspraak op de preoperatieve screening niet doorgaan. Dit kan invloed hebben op de operatiedatum. Het is heel belangrijk dat u de vragenlijst naar waarheid invult.

Wijziging gezondheidstoestand

Wanneer er een wijziging optreedt in uw gezondheidstoestand of medicijngebruik na het bezoek aan de anesthesioloog en voor de operatie, neem dan contact op met de polikliniek van de anesthesiologen.

Anesthesievormen

Er zijn verschillende vormen van anesthesie:

  • algehele anesthesie;
  • regionale anesthesie (+ eventueel sedatie = ‘roesje’);
  • gecombineerde techniek, dat wil zeggen algehele anesthesie + regionale anesthesie.

Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met uw wensen. 

Als voorbereiding wordt bij u een infuus geprikt en krijgt u de nodige monitoring aangesloten. Het gaat hier om een ECG (waarmee uw hartritme continu kan worden gevolgd), een bloeddrukband (waarmee uw bloeddruk om de 2 à 5 minuten wordt gemeten) en een saturatiemeter (een pijnloos knijpertje op de vinger waarmee het zuurstofgehalte in uw bloed wordt gemeten).

Algehele anesthesie

Op de operatiekamer spuit de anesthesioloog de anesthesiemiddelen door het infuus. U krijgt extra zuurstof via een kapje. Van de toegediende anesthesiemiddelen valt u snel in slaap.

Daarna wordt er vaak een beademingsbuis geplaatst. Bij deze handeling kan het gebit beschadigd raken. Dit gebeurt zelden en is afhankelijk van de toestand van uw gebit.

Tijdens de operatie blijft de anesthesioloog of assistent voortdurend bij u.

Regionale anesthesie

Bij deze anesthesievorm wordt een gedeelte van het lichaam verdoofd.

Spinaal anesthesie
Verdoving van het onderlichaam door middel van een prik in de rug. Een spinale verdoving is een anesthesietechniek waarbij de anesthesioloog na lokale verdoving van de huid een zeer dunne naald brengt tot bij het ruggemergvocht en daar het verdovingsmiddel inspuit. Hierbij wordt het onderste deel van het lichaam voor een beperkte tijd volledig verdoofd en verlamd. Tijdens het prikken van de spinaal wordt gevraagd om op de rand van de operatietafel of uw bed te zitten met de benen afhangend. U wordt gevraagd de rug zo bol mogelijk te maken, zodat de anesthesioloog zo vlot mogelijk de goede plek kan bereiken en de verdoving kan inspuiten. De naald wordt onmiddellijk nadien verwijderd.

Een spinale verdoving werkt 2 à 6 uur afhankelijk van de gekozen medicatie. De anesthesioloog heeft de keuze tussen een langwerkend of een kortwerkend medicijn. Wat betreft het kortwerkend medicijn wordt in het Elkerliek Articaïne gebruikt: dit is een off-label medicijn wat echter sinds jaren veilig wordt toegediend bij heel wat patiënten en wat superieur is aan andere kortwerkende medicijnen. U hoort hiervan op de hoogte te zijn, vandaar deze expliciete vermelding.

Indien nodig kan er via het infuus extra pijnstilling of een lichte verdoving (roesje) bijgegeven worden. Tijdens de procedure worden uw vitale functies zoals uw hartritme, bloeddruk en zuurstofgehalte in de gaten gehouden.

Neveneffecten van een spinale anesthesie
Hoewel een spinale verdoving een zeer veilige en reeds lang gebruikte techniek is, wensen we u over de neveneffecten en zeldzame complicaties in te lichten. Als deze nevenwerkingen zich zouden voordoen, verdwijnen ze snel na enkele uren en soms na dagen. Mogelijke neveneffecten en zeldzame complicaties zijn:

  • Benen zullen verdoofd en zwaar aanvoelen, dit is normaal.
  • Verdoving kan wat hoger in het lichaam komen zodat het lijkt of u moeilijker kan doorzuchten, dit wordt goed in de gaten gehouden.
  • Bloeddruk kan wat dalen, dit is makkelijk te behandelen
  • De rug kan ter hoogte van de prikplaats enkele dagen wat gevoelig zijn
  • Soms lukt het niet om te plassen. Raakt de blaas te vol, dan brengen we een slangetje via de plasbuis in de blaas, zo maken we de blaas leeg.
  • In sommige gevallen kan er na de ruggenprik hoofdpijn en misselijkheid optreden. Dit verdwijnt meestal spontaan, soms moet de anesthesioloog ingrijpen om deze complicatie op te lossen.
  • Uiterst zeldzaam kan er zenuwletsel optreden. Dit kan pijn en uitval van bepaalde spiergroepen geven en een dof gevoel.
  • Heel zelden kan er een infectie of een bloeding ter hoogte van het ruggenmerg optreden.
  • Heel soms werkt de ruggenprik onvoldoende, dit wordt van tevoren goed gecontroleerd. In dat geval zal er een roesje of algehele anesthesie bijgegeven worden.

Epiduraal anesthesie
Bij grotere operaties aan de buik, de longen of aan de benen wordt soms gekozen voor een epiduraal, vaak in combinatie met een algehele narcose. Via een prik in de rug wordt een dun slangetje (epiduraalkatheter) ingebracht, waardoor, tijdens en na de operatie, continue pijnstilling gegeven kan worden. Hierbij krijgt u ook altijd een katheter (slangetje) in de blaas om u bij het plassen te helpen.

Er wordt een continue dosis medicatie gegeven gedurende de tijd dat de epidurale aanwezig is. U wordt dagelijks opgevolgd door ons team tot de epiduraal katheter kan worden verwijderd.

Neveneffecten van een epidurale verdoving
Na het plaatsen van een epiduraal katheter kunnen er zich kleine problemen voordoen. Mogelijk neveneffecten en zeldzame complicaties zijn:

  • Een wat lagere bloeddruk of jeuk.
  • Hoofdpijn is een erg vervelende maar ongevaarlijke complicatie.

Ernstige complicaties zijn mogelijk, maar uiterst zeldzaam. De belangrijkste hiervan zijn:

  • Een te hoge verdoving met tintelende vingers.
  • Een epidurale bloeduitstorting (epiduraal hematoom) of een abces ter hoogte van de wervelkolom.

Regionaal anesthesie arm of been (plexus block)

Hierbij krijgt u afhankelijk van de locatie van de ingreep een prik in de oksel, boven het sleutelbeen, in de lies of in de knieholte. Hiermee kan (een gedeelte van) een arm of been verdoofd worden.

Om het juiste verloop van de zenuwen te vinden maakt de anesthesioloog gebruik van een echoapparaat en eventueel een zenuwstimulator. Als de zenuwstimulator gebruikt wordt kan u schokjes voelen. Het verdovingsmiddel wordt ingespoten in de buurt van de zenuwen. De werkingsduur van deze verdoving hangt af van het middel en varieert van 4-24 uur.  Na de verdoving moet het verdoofde ledemaat ondersteund worden, zo nodig met een draagdoek. Ook moet u opletten dat u de verdoofde arm niet tegen een hittebron  aanlegt.

Wat zijn de mogelijke complicaties of ongemakken?

  • Blauwe plek ter plaatse van prik.
  • Zenuwschade met als gevolg een verdoofd/ pijnlijk gevoel of afgenomen spierkracht in een bepaald gebied, dit is in de meeste gevallen van tijdelijke aard.
  • Zenuwschade van blijvende aard is zeer zeldzaam.
  • Infectie ter plaatse van prik.
  • Zeldzaam: toxiciteit van verdovingsmiddel (te snelle opname van de verdovingsmiddelen in het bloed of accidentele injectie in een bloedvat kan epilepsie veroorzaken of shock).
  • Zeer zeldzaam: allergische reactie.
  • Zeer zeldzaam: een klaplong.

Heel soms werkt het plexusblock onvoldoende, dit wordt van tevoren goed gecontroleerd. In dat geval zal er een roesje of algehele anesthesie bijgegeven worden.

Regionaal anesthesie oog

Voor operaties aan het oog door middel van een prikje bij het oog. Het is ook mogelijk dat het oog alleen verdoofd wordt met druppeltjes. De verdoving van het oog wordt niet altijd door de anesthesioloog toegediend; dit kan ook door de behandelend oogarts gebeuren.

Wat zijn de mogelijke complicaties of ongemakken?
Zeer zeldzaam is het aanprikken van de oogbol zelf. Even zeldzaam is het optreden van een bloeding waardoor de oogarts de operatie eventueel moet uitstellen. 

Sedatie
Regionale anesthesie betekent niet dat u wakker moet blijven. Dat mag natuurlijk wel en gebeurt ook vaak. Maar als u het prettiger vindt, geeft de anesthesioloog u een zogenaamd ‘roesje’. 

(Diepe) sedatie wordt ook meer en meer toegepast tijdens pijnlijke of vervelende onderzoeken. In het Elkerliek verrichten speciaal opgeleide verpleegkundigen (sedationisten) de sedaties onder directe supervisie van een anesthesioloog. U krijgt de nodige medicatie waardoor u in slaap valt, echter u blijft spontaan ademen. 

Voorbereiding operatie

U krijgt een operatiejasje aan en wordt door een verpleegkundige van de afdeling naar de operatieafdeling gebracht. In de voorbereidingsruimte wordt door de anesthesiemedewerker een aantal controles uitgevoerd en een infuus ingebracht. 

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar een speciale ruimte vlak bij de operatiekamer gebracht, de verkoeverkamer. Hier worden de patiënten na hun operatie bewaakt en begeleid door gespecialiseerde verpleegkundigen. Als het effect van de anesthesie voldoende is uitgewerkt en uw conditie goed genoeg is, wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. Wanneer u speciale bewaking en/of intensieve zorg nodig heeft, wordt u na de operatie op de Intensive Care opgenomen. Pijnbestrijding wordt door de anesthesioloog afgesproken. 

Pijn

Pijn na een operatie kan het herstel vertragen. Laat het de verpleegkundige weten als u pijn heeft, zodat uw pijnbehandeling goed kan worden aangepast.

Pijnbehandeling na de operatie

Er wordt gebruikt gemaakt van verschillende methoden om de pijn na de operatie te bestrijden. De anesthesioloog bespreekt welke techniek bij u wordt toegepast.

Medicijnen
Met behulp van medicijnen kunnen we uw pijn na een operatie behandelen. In opdracht van de anesthesioloog kan de verpleegkundige diverse medicijnen toedienen. De meest gebruikte medicijnen zijn:

  • Paracetamol: een zeer veilige en sterke pijnstiller die altijd de basis vormt van de pijnbehandeling;
  • Naproxen: naproxen wordt als pijnstiller ook zeer vaak gebruikt. Het is bij gezonde patiënten ook een veilige en zeer sterke pijnstiller;
  • Opiaten (Tramadol/ oxycodon/ morfine)
  • Tramadol of oxycodon: krachtige pijnstillers in de vorm van tabletten;;
  • Morfine via infuus: morfine is een veel gebruikte pijnstiller dat via het infuus wordt toegediend;
  • PCA-pomp: PCA betekent dat u zelf de controle heeft over de hoeveelheid pijnmedicatie die u toegediend krijgt. De pijnmedicatie die gebruikt wordt bij PCA is morfine. U dient zelf pijnmedicatie toe door op de knop te drukken. Wanneer u pijn begint te krijgen, moet u op de knop drukken. Indien de pijn niet binnen een aantal minuten minder wordt, kunt u nogmaals op de knop drukken totdat het gewenste effect is bereikt;
  • Ketanest: het wordt bij bepaalde ingrepen naast de gebruikelijke pijnstillers gegeven om de morfine-consumptie te verminderen ter preventie van specifieke chronische pijnsyndromen. Niet iedereen krijgt dit middel tijdens en na de ingreep. Als u ketanest (= ketamine) krijgt toegediend, kunt u zich een beetje verward of suf voelen. Dit kan geen kwaad. Bij de meeste mensen volstaat geruststelling om zich weer comfortabel te voelen;
  • Perifere zenuwkatheter/ epidurale katheter: De anesthesiologen kunnen voor de operatie bij u als het mogelijk en noodzakelijk is een dun slangetje vlak naast een zenuw in uw arm, hals, been of rug inbrengen. Dit kan wel tot gevolg hebben dat het normale gevoel in dat gebied verdwenen is of dat u het been of arm tijdelijk niet meer kunt gebruiken.

Naar huis

Wanneer u dezelfde dag van de operatie weer naar huis gaat, is er sprake van dagbehandeling. Er zijn een aantal voorwaarden waar u aan moet voldoen voordat u weer naar huis mag:

  • u bent niet misselijk na eten en drinken, en evt. misselijkheid is te hanteren;
  • u heeft geen koorts;
  • u heeft geplast;
  • u kunt staan en lopen (met inachtneming van de ingreep);
  • de pijn is acceptabel en u weet wat u moet doen als de pijn toeneemt;
  • u beschikt over pijnmedicatie; medicatie ligt bij ontslag klaar bij de politheek (centrale hal).

Deelname aan het verkeer

U mag de eerste 24 uur na de toediening van de anesthesie niet aan het verkeer deelnemen. 

Neem ook geen belangrijke beslissingen de eerste 24 uur.

Ongewenste effecten

Het is heel gewoon dat u zich na een operatie nog een tijdlang niet fit voelt. Dit ligt niet alleen aan de anesthesie, maar aan de ingrijpende gebeurtenis die iedere operatie nu eenmaal is. Het lichaam moet herstellen, dit heeft tijd nodig.

Elke operatie kan complicaties geven.

U heeft kans op: 

  • Misselijkheid en braken, hiervoor worden standaard al medicijnen gegeven;
  • Keelpijn/heesheid als er een beademingsslang nodig is geweest;
  • Duizeligheid en een slap gevoel, dit kan komen door bepaalde medicijnen en/of een lage bloeddruk;
  • Rillen na een operatie, hiervoor kunnen we een warme deken geven;
  • Jeuk, dit kan door sterke pijnstillers komen;
  • Hoofdpijn, dit kan door het nuchter zijn komen; zelden tgv de ruggenprik
  • Enige stijfheid, spierpijn of rugklachten, door het liggen op de operatietafel;
  • Plasproblemen, eventueel moet de urine eenmalig via een slangetje in de blaas verwijderd worden;
  • Gevoelige (blauwe) plek: daar waar het infuus gezeten heeft of er een andere prik gezet is; (bijv. ruggenprik)
  • Beschadiging van een huidzenuw. Hierdoor kan een gevoelstoornis ontstaan
  • Lichte irritatie van de ogen, eventueel wat wazig zien, dit is tijdelijk en verdwijnt snel

Zelden treedt er op:

  • Allergische reactie op medicijnen;
  • Schade aan uw gebit door het inbrengen van het beademingsbuisje, met name bij een slecht gesaneerd gebit of kronen/bruggen/facings;
  • Beklemde zenuw in uw arm of been door een ongelukkige houding tijdens de operatie.
  • Verwardheid (delier) na de operatie, dit hangt af van uw leeftijd en conditie;
  • Tijdelijk probleem bij het slikken;
  • Hoofdpijn (bij spinale anesthesie) verdwijnt bij plat liggen. Als dit het geval is, drink dan veel (bij voorkeur cafeïne houdende dranken) en gebruik paracetamol. Wanneer deze hoofdpijn na 48 uur nog niet over is, neem dan contact op met de poli anesthesiologie.

Uiterst zelden:

  • Awareness (wakker zijn of pijn voelen) tijdens anesthesie.
  • Levensbedreigende complicaties met overlijden als gevolg.

Heeft u nog vragen na het lezen van deze folder? Neem dan contact op met de polikliniek Anesthesiologie

Contact


Stel uw vraag via BeterDichtbij: www.elkerliek.nl/beterdichtbij


Polikliniek Anesthesiologie

Locatie Helmond
T: 0492 – 59 59 69

Spoedeisende hulp

T. 0492 –59 55 71 


© 2026 Elkerliek ziekenhuis
ANE-12372
Laatst bewerkt: 24-3-2026