Ureterstent plaatsen



Het aanbrengen van een stent (inwendige drainagecatheter) in de urineleider, ter drainage van het nierbekken naar de blaas. 
 
Als patiënt ligt u in buikligging op de röntgentafel en wordt u met steriele doeken afgedekt.
Onder doorlichtingscontrole wordt een ureterstent ingebracht via het kanaal van de reeds aanwezige nefrostomiecatheter. Nadat de ureterstent is geplaatst, wordt opnieuw een nefrostomiecatheter achtergelaten in de nier gedurende de eerstvolgende 24 - 48 uren. Deze nefrostomiecatheter wordt pas verwijderd als duidelijk is dat de ingebrachte stent goed functioneert.